BibleMio

Psalmen 131

Nederlands — De Heilige Schrift 1917 · Tekst in het publieke domein

1Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.

2Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.

3Israel hope op den HEERE van nu aan tot in der eeuwigheid.

Alleen in deze browser opgeslagen.

Kies een taal